Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.

Hoge Raad doet uitspraak over de ‘allocatiefunctie’. 

18-11-2016

Vrijdag 4 november heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over de veelbesproken ‘allocatiefunctie’. Deze uitspraak is van groot belang nu hiermee duidelijk wordt of payrolling kan blijven vallen onder de uitzendwetgeving en uitzend cao (ABU).
 
De allocatiefunctie is van oudsher het samenbrengen van vraag en aanbod om te voorzien in een tijdelijke behoefte aan arbeid (piek en ziek werk). De klassieke uitzendrelatie.
 
In de uitspraak kwam de vraag centraal te staan of er sprake moet zijn van een allocatiefunctie om te vallen onder de wetgeving rondom uitzendovereenkomst (artikel 7:690 en 7:691 BW) en zo de vruchten hiervan te kunnen plukken; denk aan uitbreiding ketenregeling en uitzendbeding. Payrolling voldoet niet aan de klassieke definitie van allocatiefunctie, nu wij niet enkel vraag en aanbod bij elkaar brengen voor tijdelijk werk. Een belangrijke uitspraak dus.
 
De Hoge Raad heeft in het voordeel van de uitzendbranche geoordeeld. Uit de wetsgeschiedenis en wettekst* over de uitzendovereenkomst (7:690 BW) blijkt volgens de Hoge Raad niet dat de allocatiefunctie vereist is. Minder klassieke uitzendrelaties, waaronder payrolling, kunnen dus de vruchten blijven plukken van de uitzendovereenkomst. Mocht dit uiteindelijk onverenigbaar blijken met hetgeen de wetgever heeft beoogd dan is het aan de wetgever om hier nieuwe grenzen in te stellen, aldus de Hoge Raad.
 
Oftewel, voor payrolling betekent dit dat er niets verandert en dat is goed nieuws!
 
*Artikel 7:690 BW: “de uitzendovereenkomst is de arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer door de werkgever, in het kader van de uitoefening van het beroep of bedrijf van de werkgever ter beschikking wordt gesteld van een derde om krachtens een door deze aan werkgever verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van een derde”.

 

Bron: ABU

Deel dit artikel